SMARTS & BIGGENS: 2 – DRUKTE MET KERST

5 minuten leestijd

Smarts is een slim muisje en Biggens is zijn grote lapjeskat vriend die hem beschermt tegen gevaar. Zij wonen in een oud schoolgebouw waar Smarts af en toe de keuken in glipt voor het vinden van kaas en worst.

 

“Hey…psssst”

Langzaam opent het linkeroog van Biggens. Hij heeft de hele nacht op het houtwerk boven de gietijzeren radiator onder het raam liggen slapen, zoals hij dat elke nacht doet. Elke dag, na schooltijd, zodra de kinderen en de juffen zijn vertrokken, komt Biggens uit zijn geheime slaapplaats in de muur en gaat hij op zijn plekkie onder het raam, op het houtwerk van de radiator liggen. Die blijft altijd een beetje warm. Hij heeft de hoofdjuf wel eens horen zeggen dat dit moet zodat de waterleidingen niet kunnen bevriezen. Nou, Biggens is het daar roerend mee eens. Hij heeft zodoende altijd een lekker warm bed.

Door de smalle kier van zijn half geopende linkeroog ziet Biggens zijn kleine maatje Smarts staan, bij de deur van het lokaal.

“Hey. Wordt toch eens wakker, slaapkop.” Piept Smarts. “Het is al licht, de kinderen kunnen elk moment binnenstormen. Als een kind, of erger, een groot mens je ziet, dan ben je mooi de sigaar.”

“Mrrrauw” bromt Biggens zachtjes met gesloten lippen.

Zijn wit-bruin-zwarte lapjeskop rust op zijn harige voorpoten en zijn rechteroog blijft nog altijd gesloten.

“Maak je geen zorgen, mijn slimme makker, de kinderen blijven weg vandaag. Die blijven weg tot volgend jaar.”

“Wááát?” roept Smarts.

Snel trippelt hij op zijn vier muizenpootjes naar het raam. Langs het houtwerk van de verwarming zoeft hij vervolgens naar boven tot hij voor de natte neus van Biggens staat. Met zijn voorpootje reikt hij naar het rechteroog van Biggens en trekt zachtjes aan de lange wimpers het ooglid iets omhoog.

“Nou! Piept Smarts “Wordt wakker man. Doe die luie ogen nou eens open. Wat bedoel je met volgend jaar? Ik snap er geen biet van. Om deze tijd horen de kinderen allang in de klas te zitten.”

Met een diepe zucht tilt Biggens zijn kop van zijn voorpoten die hij meteen zover mogelijk uitrekt. Hierna schudt hij langzaam zijn kop heen en weer en tilt met zijn achterpoten zijn achterwerk omhoog. Gelukkig voor zijn dunne achterpootjes is Biggens maar een heel magere kater, en dus niet zo zwaar.

“En ik had me nog zo verheugd op lekker lang uitslapen.” kermt Biggens. Elke dag moet ik al zo vroeg opstaan. Al de hele week keek ik uit naar de kerstvakantie. Twee weken lang geen kinderen. Twee weken lang slapen op de verwarming. Maar nee hoor. Kom jij de rust weer verstoren.”

Smarts krabt achter zijn oren en kijkt Biggens vragend aan.

“Kerstvakantie? Twee weken?” Wat is kerstvakantie en waarom zo lang?”

Beide ogen van Biggens gaan verder open.

“Weet jij niet wat kerstvakantie is?”

Smarts schudt zijn hoofd.

“Nou, euhm…. Mrrrrauwww. Met kerst zijn de kinderen vrij van school. Ze gaan dan met hun familie en vriendjes spelen. Kunnen ze een tijdje uitrusten van rekenen en taal. En ze gaan dan speciale kerstliedjes zingen zoals Oh Denneboom. De afgelopen week hebben ze aan één stuk door zitten oefenen. Ben blij dat ze daar klaar mee zijn want, oh, oh, mijn hemel, wat kunnen die kleine mensen vals zingen zeg. Om nog maar te zwijgen van die ontstemde piano van de juffrouw.”

“Hmmm.” bromt Smarts bedenkelijk. “Denneboom liedjes, hè? Heeft dat toevallig iets te maken met die vreemde boom met lampjes en glimmers verderop in het gebouw?”

Biggens knikt.

“Jazeker. De kinderen gaan dan om de denneboom zitten en zingen liedjes met elkaar. Van de juffen krijgen ze kleine kadootjes en lekkers te eten en drinken.”

“Dat klinkt als een gezellige boel” zegt Smarts. “Maarre, hoe moet dat nu dan? Ik bedoel. Jij ligt hier wel lekker te spinnen en zo maar waar moet je eten de komende weken dan vandaan komen. Of beter gezegd, wat gaan wij nu eten?”

Biggens trekt zijn wenkbrauwen naar beneden en kijkt kleine Smarts vragend aan.

“Wat bedoel je? Vraagt Smarts. Jij zorgt toch dat ik stukjes worst en kaas krijg uit de keuken? Dat doe je altijd voor me.Zo hebben we dat toch afgesproken?”

Smarts kijkt Biggens een paar tellen strak aan en slaat dan zijn kleine muizepootje voor zijn ogen.

“Ooooh, wat ben jij toch ook een domme lapjeskater zeg. Snap je het niet?”

“Mrrraaauw? Wat loop je te zemelen? Wat zou ik moeten snappen. Mijn lapjesbuik begint te knorren, dat weet ik wel.”

“Ja, slimpie” zegt Smarts. Dat is het hem nou precies. We zullen nog verhongeren. Als de juffen en kinderen zo lang weg zijn dan is er in de keuken geen spoor van eten te vinden natuurlijk! En dat twee weken lang. Dat overleeft mijn dunne muizenmaagje nooit.”

Biggens’ pupillen worden ineens een stuk groter. Hij staat rechtop en maakt aanstalten om van het raam weg te springen.

“Mrrrauww!! Hoe kom jij aan deze wijsheid? Je maakt me bang. Ik wil geen honger hebben. Ik moet eten, dat begrijp je toch zelf ook wel?”

“ Ja, hè hè. We moeten allebei eten. Kom, dan gaan we kijken bij de keuken.”

 

Als de wiedeweerga trippelt Smarts op zijn kleine grijze muitenvoetjes over het versleten hout van de oude schoolvloer. Vlak achter hem tippelt Biggens. Samen lopen ze tot aan het eind van de hal en maken dan een bocht naar links waar de keuken is. De deur van de keuken is altijd op slot als de school gesloten is, maar Smarts heeft een manier gevonden om toch in de keuken te geraken. Via een klein gaatje in de muur. Hij past daar precies doorheen.

Biggens zei eens tegen Smarts dat hij beter uitkijkt dat hij niet te veel kaas en worst uit de keuken haalt en onderweg opeet. Als hij namelijk te dik wordt dan past hij vast niet meer door het gat in de muur en dan blijft hij misschien wel vast zitten. Zij moesten daar samen hard om lachen. Biggens viel zelfs om van het lachen, met zijn vier lapjespoten trappelend in de lucht.

 

“Vort” zegt Biggens en wijst met zijn voorpoot vooruit. “ Ga gauw het gat in de muur in. Ik begin echt honger te krijgen.”

“Okay” zegt Smarts en draait zich om en verdwijnt hij in het gat in de muur.Je ziet als laatste zijn dunne staartje het donker in glijden.

 

Biggens wacht rustig tot Smarts terug keert uit de muur. Hij kijkt ondertussen af en toe om zich heen om er zeker van te zijn dat er niemand in de school is. Ook al weet hij dat de kinderen kerstvakantie hebben, hij moet er nog wel een beetje aan wennen dat het muisstil is in het grote schoolgebouw op maandagmorgen. Zijn buik maakt harde rommelgeluiden. In de hoge, stille hal klinkt het net als onweer dat ver weg is, maar steeds dichterbij komt.

 

Dan ziet Biggens de lange snorharen van Smarts uit het muurgat steken.

“ Ah” fluistert Biggens. Daar ben je. En? Heb je eten gevonden?”

Biggens wurmt zich door het gat naar buiten en gaat vlak voor Biggens staan. Zijn twee voorpoten houdt hij voor zich uitgestrekt zodat Biggens zijn lege muizenhandjes kan zien. Hij haalt daarbij zijn kleine schouders even op.

“Mraaauw???” Helemaal niks? Ook geen enkel klein ieniemieniestukje, of een kruimel?”

“Helemaal nakkes” zegt smarts. “Ik heb die keuken nog nooit zo leeg en schoon gezien!”

De teleurstelling is duidelijk in zijn stem te horen. Hij zet zijn voorpoten op de houten vloer en wandelt langzaam de grote hal in. Biggens draait zijn kop om en kijkt de waggelende klein grijze muizenbips van Smarts na.

“Waar ga je heen?”

“Eten zoeken, wat dacht je dan?” mompelt Smarts voor zich uit. Je wilt toch niet dood?” Smarts kijkt hierbij niet om maar stap rustig verder, precies in het midden van de brede en hoge lege schoolhal.

“Nee, natuurlijk wil ik niet dood.” Bromt Biggens “Maar heb je dan een slim Smarts idee om eten te vinden? Ik bedoel, eten voor ons allebei?”

“ Hmm, misschien. Antwoordt Smarts. Maar dan moet ik wel de hulp van mijn muizenvriendjes gaan vragen. En als ik ze vertel dat ik ook eten voor een kater nodig heb dan freaken ze meteen. Ze zijn als de dood voor katten. Net als ik was zeg maar, toen ik jou leerde kennen, weet je nog?”

“Hmm.” zegt Biggens. “weet je wat? Zeg maar dat ze niet bang hoeven te zijn. Dat ik jouw vriendje ben, en dat ik jouw muizenvriendjes geen pijn zal doen.”

“Smarts staat stil en kijkt om.

“Weet je dat zeker?”

Biggens knikt.

“Hmm, okay, ik zal het zeggen tegen ze. Maar o wee als je iets geks doet, dan zijn wij ook geen vrienden meer en dan zal je zeker weten verhongeren. In je uppie kom je nooit aan eten.”

“Mraaauw. Dat weet ik ook wel. Daarom beloof ik het ook. Dus ga nu maar gauw naar je muizenvriendjes en kom alsjeblieft terug met wat kaas en worst. Ik begin nu echt zo een ontzettende honger te krijgen. Mijn lapjesbuik gaat steeds harder knorren en boeren.”

“Okay” zegt smarts en kijkt Biggens strak aan. “ Maar je moet wel beseffen dat ik niet zo snel terug kan zijn. Het kan best lang duren voordat ik al mijn muizenvriendjes heb gevonden en dan moeten we ook nog met zijn alleen eten voor jou meenemen. En jij lust nogal wat dus heb ik heel veel muizenhanden nodig.”

Biggens knikt. “Ik snap het. Ik zal intussen proberen een tukkie te doen op de verwarming. Dan gaat de tijd wat sneller.”

 

Terwijl Smarts in de gure buitenlucht op zoek is naar zijn vriendjes heeft Biggens zijn plaats op de verwarming heroverd. Maar na een paar keer draaien kan hij nog steeds de slaap niet vatten. Zijn buik blijft maar knorren en lawaai maken. Hij begint zelfs een beetje misselijk te worden van de honger. Hij kan maar beter iets gaan doen zodat hij niet aan eten hoeft te denken. Maar wat?

Dan krijgt hij een idee. Hij springt met een sierlijke boog van het houtwerk boven de verwarming en loopt naar het grote lokaal waar de kerstboom staat. Bij de kerstboom aangekomen wandelt hij er voorzichtig omheen. Er liggen een hoop groene dennenaalden op de vloer. Hij moet heel goed uitkijken dat er geen stekelige dennenaald in zijn kussenvoetjes komt, want dat kan flink pijn doen.

Dan ziet hij waar hij naar op zoek was. Met zijn bek pakt hij de stekker van het snoer van de kerstboomverlichting op en prikt de twee metalen pootjes in het stopcontact in de muur. Bingo! Alle lampjes in de boom springen meteen aan. Biggens glundert bij het zien van de mooie lampjes.

“Gezellig” denkt hij tevreden.

Hierna loopt Biggens naar het lokaal van de allerkleinste kinderen, die op de kleuterschool gaan. Daar speurt hij al spinnend en brommend tussen alle poppen, houtblokken en speelgoed. Even later wandelt hij het lokaal weer uit, terug naar de kerstboom, hij draagt hierbij iets in zijn bek. Na een minuut is hij terug en pakt opnieuw iets op tussen al het speelgoed vandaan en wandelt er mee in zijn bek naar de kerstboom.

Zo loopt Biggens wel dertig keer heen en weer, met telkens zijn bek vol met dingetjes waar de allerkleinste kinderen doorgaans mee spelen.

Dan hoort hij een geluid. Biggens mag dan wel honger hebben, zijn oren doen het nog heel goed. Juist als hij honger heeft, en niet ligt te slapen kan hij horen als de beste. Maar als hij slaapt dan slapen zijn oren ook en hoort hij helemaal niets.

Biggens kijkt om de hoek van het lokaal. In de verte in de hal ziet hij een bekend gezicht. Het is Smarts. Die is ook heel voorzichtig en staat muisstil vlak tegen de muur.

“Hey, pssst” roept Biggens naar het eind van de hal. “Ik ben het, Biggens. Alles is veilig hoor, je kan hier komen.”

“Oh gelukkig” zucht Smarts. Ik vond het al zo raar dat ik je niet zag of hoorde. Normaal gesproken hoor ik je al van verre snurken. Maar je ligt dus niet te slapen. Nou, dat is ook een wonder zeg.”

Biggens moet lachen.

“Heb je eten gevonden?” vraagt Biggens. Zijn stem klinkt wat onzeker, bang dat er niets te eten is.

Smarts zegt niets maar draait naar rechts en wenkt met zijn arm. “ Kom maar op boys. Deze kant op.”

Biggens slaakt een zucht van geluk, zijn hart slaat er bijna van over.

“Oh echt?” roept Biggens door de hal. Eten? Yesss!”

Smarts trippelt naar het eind van de hal waar Biggens is. Achter hem aan trippelt een heel leger aan grijze muisjes. Wel honderd. Ieder muisje draagt een stuk kaas of worst in zijn bek. In een rechte lijn trippelen zij met zijn allen naar Biggens, naar het lokaal waar de kerstboom staat. De muisjes zien er niet bang uit. Smarts heeft ze namelijk heel duidelijk gemaakt dat ze juist veilig zijn omdat Biggens hen zal beschermen tegen andere beesten zoals ratten. Dat gaf de muizen voldoende vertrouwen en zijn zij Smarts gaan helpen met het verzamelen van worst en kaas. Ze zijn allemaal ook wel nieuwsgierig waar Smarts woont want waar zij wonen is het nu maar koud en nat.

 

“Kom, volg mij maar” zegt Biggens tegen Smarts op het moment dat die bij het lokaal aankomt. Biggens leidt hem en zijn muizenvriendjes naar de kerstboom.

“Oooh” roept Smarts verrukt. “Lichtjes!! Dat is mooi zeg.”

Biggens knikt hevig. Hij heeft hard gewerkt om het gezellig te maken voor Smarts en zijn vriendjes en hoopte al dat zij de lampjes heel mooi zouden vinden. Hij is blij te horen dat zijn werk wordt gewaardeerd.

“Dat hoort bij kerstmis, die lampjes” zegt Biggens. Een kerstboom met veel mooie lichtjes. En kijk…!”

Biggens wijst onder en naast de kerstboom.

“Oooh, zegt Smarts weer. “Heb jij dat allemaal gemaakt en neergezet?”

Biggens knikt weer hevig en kijkt blij.

“Dat ziet er knus en gezellig uit zeg. Is dat voor ons. Voor mij en al mijn muizenvriendjes?”

“Yep, zegt Biggens. Jullie kunnen allemaal hier bij mij kerst blijven vieren.”

 

Terwijl Smarts en zijn muizenvriendjes hard aan het werk waren om eten te verzamelen voor Biggens, was Biggens zelf druk bezig om alle tafels, stoelen, bedden en overige meubels uit de poppenhuizen te halen. Deze poppenhuis meubels heeft hij keurig onder de kerstboom gezet. Het is nu net een groot gezellig kerstboomdorp. Precies goed voor wel honderd muizen om in te wonen, eten, drinken en slapen.

“Dat is heel mooi gedaan” zegt Smarts. “Dankjewel”

De muizenvriendjes lopen nu ook onder de kerstboom en laten om de beurt hun stuk kaas en worst op een bord vallen dat Biggens daar speciaal voor heeft neergezet. Binnen enkele minuten ligt het bord bomvol met stukken kaas en worst. Meer dan genoeg eten voor een week.

De muizen kijken al wandelend onder de boom verrukt om zich heen. Sommige muizen twijfelen geen seconde en gaan meteen in een lekker warm bed liggen of nemen plaats in een luie schommelstoel. Anderen pakken dekens en kussens, trekken een lade open van een kast en gaan daar in liggen. De muizen lijken allemaal hetzelfde denken en zijn zeker niet van plan om terug de kou in te gaan. Zij hebben voor twee weken een warm en gezellig kersthuis. Een soort muizen-kerstvakantie. De kerstverlichting boven hen lijkt wel een wonderlijke sterrenhemel, maar dan lekker warm en versierd met kerstballen en slingers.

“Zo te zien heb je een hoop muizen heel blij gemaakt” zegt Smarts. “Dat heb je slim aangepakt.”

Biggens knikt en tikt zachtjes met zijn harige poot op het grijze kopje van Smarts. “Dat heb ik dan geleerd van mijn slimme maatje, Smarts.”

 

“Prettig kerstfeest, Smarts”

“Prettig kerstfeest, Biggens. En nu eten.”

 

– Arjan Eikelenboom –

 

 

Advertisements

One Comment Add yours

  1. Pingback: Anonymous

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s